Het komt regelmatig voor dan werknemers hun eindejaarsuitkering (deels) laten omzetten naar een onbelaste reiskostenvergoeding. Een eindejaaruitkering wordt doorgaans op de bijstand in mindering gebracht, een onbelaste reiskostenvergoeding niet. Hierdoor ontstaat de vraag hoe een gemeentelijke uitkeringsadministratie met een dergelijke omzetting moet omgaan.

De fiscale regelgeving

In het handboek loonheffingen 2014 staat de volgende tekst:

21.1.1 Onbelaste vergoeding van maximaal € 0,19 per kilometer

Uw werknemer gebruikt een eigen vervoermiddel voor reizen voor het werk. U mag uw werknemer voor deze reizen een onbelaste vergoeding betalen van maximaal € 0,19 per kilometer. Onder de werkkostenregeling is dit een gerichte vrijstelling. U moet de vergoeding dan wel aanwijzen als eindheffingsloon, bijvoorbeeld door deze in uw administratie op te nemen als eindheffingsloon. Het maakt geen verschil of uw werknemer het vervoermiddel gebruikt voor woon- werkverkeer of ander zakelijk verkeer.

Het is niet van belang met welk privévervoermiddel uw werknemer reist. Als uw werknemer bijvoorbeeld 8 kilometer van zijn werk woont en dagelijks met zijn fiets of bromfiets naar het werk reist, mag u maximaal € 0,19 per kilometer onbelast vergoeden. Kilometers voor woon-werkverkeer zijn zakelijke kilometers. Onder woon-werkverkeer vallen ook de kilometers die uw werknemer in de loop van een werkdag rijdt tussen de plek van het werk en zijn woning, bijvoorbeeld de kilometers om thuis te lunchen.

Op grond van deze tekst geeft dat handboek het volgende voorbeeld:

Voorbeeld 1

Uw werknemer reist voor zijn werk van maandag tot en met woensdag met uw personeelsbusje vanaf de opstapplaats naar een vaste plek. Hij reist met zijn eigen auto van zijn woning naar de opstapplaats (afstand 9 kilometer). Op donderdag en vrijdag reist hij met zijn eigen auto van zijn woning naar deze vaste plek (afstand 42 kilometer), omdat op die dagen het personeelsbusje niet beschikbaar is. Op vrijdag moet hij 10 kilometer omrijden om zijn kind naar de crèche te brengen.

U mag uw werknemer dan de volgende onbelaste reiskostenvergoeding betalen:

  • maandag tot en met woensdag: 3  dagen x 18 kilometer x € 0,19 = € 10,26
  • donderdag en vrijdag: 2  dagen x 84 kilometer x € 0,19 = € 31,92

Omdat de omrijkilometers op vrijdag privé zijn, is een vergoeding hiervoor loon van uw werknemer. Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Essentieel is dat de vergoeding opgenomen moet worden als eindheffingsloon. (Zie boven).

De bijstandswetgeving

Kijken wij vervolgens naar de WWB, dan vinden we in art. 31 lid 2 onder g de volgende tekst:

g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;

In de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31, eerste lid, onderdeel f staat:

Voor zover sprake is van tegenwoordige arbeid: door de inhoudingsplichtige aan te wijzen vergoedingen en verstrekkingen, daaronder begrepen door de inhoudingsplichtige aan te wijzen gedeelten van vergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate hoger zijn dan in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is;

Als de werkgever conform 21.1.1 van het handboek loonheffing handelt, dan verstrekt hij geen vergoedingen die in belangrijke mate hoger zijn dan gebruikelijk. Met andere woorden, de werkgever verstrekt een toegestane reiskostenvergoeding die niet in belangrijke mate hoger is. Hij voldoet zelfs aan de wettelijke eis van 0,19 per kilometer onbelast.

Aandachtspunten zijn:

  • het moet gaan om zakelijke kilometers (inclusief woon-werk-verkeer);
  • indien de betrokkene door het jaar heen bijvoorbeeld € 0,11 aan reiskostenvergoeding heeft ontvangen, dan resteert bij de omzetting nog slechts € 0,08 onbelast per eerder gemaakte kilometer.

Op zich dient de werkgever ervoor te zorgen dat met beide punten rekening wordt gehouden.

Conclusie

Op grond van artikel 31 WWB lid 2 onder g en de wet op de loonbelasting 1964 dient de gemeente deze onkostenvergoedingen, ook al worden ze later verstrekt, niet op de bijstand in mindering te brengen.

Delen!