Bijstandsvorderingen

Hebben gemeenten nooit tekorten op het bijstandsbudget? Het lijkt een min of meer absurde veronderstelling. De vraag is echter niet onbegrijpelijk als men kijkt naar de wijze waarop sommige gemeenten bijstandsvorderingen onnodig laten verjaren. De indruk is dat er hier en daar onvoldoende alert wordt omgegaan met het stuiten van de verjaring van deze vorderingen of dat de kennis hiervoor ontbreekt.

Verjaring bijstandsvorderingen

Bijstandsvorderingen ontstaan doordat er ten onrechte bijstand is verstrekt, vaak als gevolg van fraude door de bijstandsgerechtigde. Door het te lang niet (kunnen) innen van deze vorderingen, ontstaat het risico  dat een deel van hun bijstandsvorderingen verjaart, waardoor deze vorderingen als oninbaar moeten worden afgeboekt. Op vorderingen op een  schuldenaar waaraan geen fraude ten grondslag ligt, is de verjaring eveneens van toepassing. Boete vorderingen vallen er ook onder.

Bestuursrechtelijke geldschulden

Al deze vorderingen worden in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geduid als bestuursrechtelijke geldschulden. In dit artikel wordt voor de duidelijkheid alleen de term vorderingen gebruikt.

Reden verjaring

Met de inwerkingtreding van de 4de tranche van de Awb op 01 juli 2009, moet de gemeente binnen vijf jaar, na een besluit tot terugvordering, passende actie hebben ondernemen om de vordering te innen. Anders gezegd, de gemeente moet aantoonbaar tot invordering van de vordering zijn overgegaan om de vordering niet te laten verjaren of handelen op een wijze zoals dat in de Awb is aangegeven om de verjaring van een vordering te voorkomen. Vorderingen verjaren dus omdat geen adequate actie is of wordt ondernomen om de verjaring te stuiten.

Financiële gevolgen verjaring

Het verjaringsrisico omvat bij een middelgrote gemeente  al snel  een bedrag van meer dan € 1.000.000,-. Dit kan oplopen tot meer dan € 3.000.000,-. Los van het feit dat een gemeente een verjaarde vordering gewoon “kwijt” is, zal bij zo’n gemeente, als die een IAU of een MAU aanvraag indient, bij de beoordeling door het ministerie van SZW of hier recht op bestaat, zeker gekeken worden in hoeverre de gemeente effectief actie onderneemt om de verjaring van vorderingen te stuiten. Ergo, er zal door het ministerie van SZW onderzocht worden of de gemeente passende actie heeft ondernomen om de gemaakte kosten van bijstand, met de ten dienste staande mogelijkheden, te minimaliseren. De ervaring leert dat bij deze beoordeling het ministerie van SZW zeer kritisch is. Overigens kunnen vorderingen ten gevolge van een opgelegde boete, zoals gezegd, ook verjaren, maar dat kan niet eerder aan de orde zijn dan in de loop van 2018, zijnde vijf jaar nadat de wet waarin de boete in de Participatiewet is geïntroduceerd in werking is getreden.  Het is dus wel van belang dat deze vorderingen zodanig zijn geregistreerd dat, voordat een verjaring zou kunnen intreden, onderzocht wordt of er een noodzaak is om deze vorderingen te stuiten en hoe dit uitgevoerd dient te worden.

Mogelijke oorzaken niet tijdige stuiting van vorderingen

Uit door De Langhenkel Groep uitgevoerde projecten bij een aantal gemeenten, die ten doel hadden om verjaringen te stuiten en debiteuren bestanden door te lichten zodat verjaarde vorderingen konden worden afgeboekt, zijn een aantal zaken opgevallen.

Ten eerste werd vastgesteld dat er te weinig of geen adequate ter zake doende kennis aanwezig was. Dit kon goed ondervangen worden door een gerichte kennisoverdracht.

Ten tweede bleek dat er veel  foutieve veronderstellingen aanwezig waren, die er toe leiden dat vorderingen ongewild verjaarden. De meest voorkomende foutief uitgangspunt was de bij veel gemeenten levende veronderstelling: ”We verzenden elk jaar een saldo overzicht naar de debiteur dus daarmee wordt de verjaring  gestuit”. Helaas was dit zo, maar is zeker niet meer zo. Dit omdat vanaf het moment dat de verjaring van vorderingen onder de Awb is komen te vallen, deze optie niet meer aanwezig is. Zoals gezegd, is deze veronderstelling bij diverse gemeenten als het ware vastgeroest. Het toont aan dat er een noodzaak aanwezig is om de juiste kennis van de Algemene wet bestuursrecht bij te brengen die nodig is voor een correcte uitvoering van de Participatiewet.

Deze twee voorbeelden zijn overigens de “high lights” van de ervaringen met verjaringsprojecten. Veel is ook afhankelijk van de inrichting en beheersing van de gemeentelijke debiteurenadministratie.

Directe winst

Na een ter zake uitgevoerde quick scan, kan met een éénmalige inzet van bijvoorbeeld externe ondersteuning de kosten van verleende bijstand aanmerkelijk worden gereduceerd. Dit omdat vorderingen niet onnodig afgeboekt behoeven te worden ten gevolge van verjaring. De vorderingen blijven dan inbaar totdat de laatste euro is voldaan. Voor fraude- en boetevorderingen is dit gegeven uiteraard heel belangrijk, daar het voldoet aan de eis dat fraude niet mag lonen. Ook leidt het tot een efficiëntere inzet van de beschikbare menskracht, doordat die een meer gerichte kennis van zaken verkrijgen en uiteindelijk er minder vorderingen “bewaakt” moeten worden. Wat dat betreft zou aan te bevelen zijn als gemeenten hun positieve ervaringen uitwisselden in de daarvoor bestemde regionale en landelijke platforms.

Een dergelijke project kan ook worden aangewend om eenmalig een bittere pil te slikken, door reeds verjaarde vordering op een correcte wijze af te boeken. Hierna is de debiteurenadministratie weer geheel op orde en strookt het saldo openstaande vorderingen weer met de realiteit.

Conclusie

Gezien het vorenstaande kan met de inzet van relatief beperkte financiële middelen een eenmalig project uitgevoerd worden die de bestaande verjaringsproblematiek adequaat aanpakt, naar de toekomst toe voorkomt, en het debiteuren bestand volledig opschoont. Een kosten-baten analyse valt hierbij altijd ver in het voordeel van zo’n uit te voeren project uit . Zoals hiervoor  al is vermeld, kunnen de kosten van verleende bijstand aanmerkelijk gereduceerd worden, doordat vorderingen niet afgeboekt behoeven te worden ten gevolge van een ongewenste verjaring, maar inbaar blijven totdat de laatste euro is voldaan.

Door: H.J. Geelen

Meer informatie over onze mogelijkheden? advies@langhenkel.nl

 

Delen!