interview.Een interview over de rol van corporaties en het omgaan met verwarde personen

De afgelopen twee jaar hebben de L’Escaut Woonservice in Vlissingen, Woongoed Middelburg en nog een aantal corporaties in de regio trainingen van Langhenkel Opleiding, Training & Advies (OT&A) gevolgd omtrent het herkennen van en omgaan met mensen met psychische problemen en/of verslavingsachtergrond. Gelet op de intensievere inzet van de overheid ten aanzien van verwarde personen in de samenleving door het instellen van een aanjaagteam, leek het ons tijd voor een interview met professionals die dagelijks met deze mensen te maken hebben om te onderzoeken of onze trainingen bijdragen aan de betere opvang, zorg en ondersteuning voor personen met verward gedrag. Zo maakten we kennis met Brigitte Verpoorten en Marloes Krieger van Woongoed Middelburg.

Wat doen jullie precies?

Brigitte: Ik ben medewerker huurdersbegeleiding en ik hou me hoofdzakelijk bezig met overlast. Van beroep ben ik maatschappelijk werker. Ik kom in actie als buurtbemiddeling er niet uit komt of als het zaken betreft die zo heftig zijn, dat ze niet geschikt zijn voor bemiddeling. In samenwerking met de gemeente, politie en hulpverlenende instanties proberen we de overlast te stoppen. Maandelijks zit Woongoed Middelburg met de gemeente en politie rond de tafel voor een ketenoverleg. Met meer dan 6.000 huurwoningen ligt de nadruk van mijn werk meer op regisseren. Als wij als corporatie in samenwerking met de gemeente, politie en hulpverlenende instanties de overlast niet kunnen stoppen, gaan wij over tot een juridisch traject en vragen de rechter om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Wij hopen dat de overlast dan voor alsnog stopt, omdat uithuiszetting een flinke impact heeft op de persoon, die het dak boven zijn hoofd verliest. De corporatie heeft ondertussen hoge kosten moeten maken, die vaak niet meer verhaald kunnen worden op de oud-huurder. Dat zijn kosten van het juridisch traject, de ontruiming van de woning en mutatiekosten. De rehabilitatie van de persoon die op straat is komen te staan kost de maatschappij zeer veel geld. De persoon komt veelal terecht in de maatschappelijke opvang en van daaruit wordt hulpverlening ingezet. Iedereen is er om die redenen mee gebaat dat de overlast stopt voordat het tot een juridisch traject komt.

Marloes: Ik ben medewerker participatie en bewonersbegeleiding in projecten. Brigitte en ik zijn onderdeel van het Team Tevreden Klant. De teamnaam zegt al wat over onze missie. Ik begeleid bewoners in grote onderhouds- en energiebesparende projecten. Ons uitgangspunt is dat we dergelijke projecten uitvoeren in bewoonde staat; de bewoners hoeven dus niet tijdelijk elders te worden gehuisvest. Dat betekent wel dat de huurders meerdere dagen bouwspecialisten over de vloer hebben. Mijn taak is er voor te zorgen dat dit goed verloopt. Dat doe ik onder andere door het afleggen van huisbezoeken, het verzorgen van nieuwsbrieven en door het zoveel mogelijk rekening houden met bewoners (dit houdt bijvoorbeeld in dat er niet 15 bouwspecialisten tegelijk in een woning bezig zijn). Het kan ook zo zijn dat iemand een dergelijke inbreuk wegens persoonlijke omstandigheden niet aan kan. Dan gaan we naar andere oplossingen kijken door het aanbieden van maatwerk. In eerste instantie kijken we dan naar het eigen netwerk van de huurder en als dat niet lukt, dragen wij alternatieven aan.

Zeker omdat wij achter de voordeur komen, kom je sociale problematiek tegen, zoals situaties met betrekking tot vervuiling, vereenzaming, verslaving en dergelijke. Hoewel de rol van corporaties door recente wetswijzigingen beperkter lijkt, pakken we hier in samenwerking met gemeenten en andere partijen toch onze rol. We schakelen waar nodig hulpverlening in. Onze collega medewerker co-creatie zet bijvoorbeeld samen met bewoners een initiatief op zoals stadstuinen, waar minima hun eigen groenten kunnen helpen verbouwen en waarvan de opbrengst deels gaat naar de voedselbank en de bewoners in de omgeving. Belangrijk hierbij is dat het initiatief vanuit huurders of omwonenden komt.

Wat was de aanleiding om een training over mensen die psychisch kwetsbaar zijn te organiseren?

Brigitte: Dat kwam met name door signalen van collega’s dat ze meer handvaten wensten te hebben voor het omgaan met ‘lastige’ huurders. Die komen we toch regelmatig tegen, vooral de collega’s van het Team Goede Woning (onderhoud en renovatie). Anders dan mijzelf, hebben zij deze kennis en vaardigheden niet in hun opleiding gehad. De training leverde daardoor meteen een meerwaarde op voor de organisatie. Ik hoop wel dat er vervolgdagen komen, omdat juist de herhaling er voor zorgt dat het bekijft.

Marloes: Ook voor onze klantconsulenten was de training nuttig. Ze hebben af en toe te maken met mensen die zich niet altijd even beheerst weten te gedragen, zowel over de telefoon als op kantoor. Wij hebben daarom ook trainingen over agressiebeheersing en mentale weerbaarheid gevolgd.

Door de veranderingen in de zorg zullen mensen met bijvoorbeeld dementie, langer thuis blijven wonen. Spelen jullie daar nog op in?

Brigitte: Wij werken zeer nauw samen met gebiedsteams. In gebiedsteams werken professionals van verschillende hulpverlenende organisaties. Tevens hebben wij in Zeeland een keten dementiezorg. In de praktijk hebben we toch nog meer te maken met mensen die kampen met ‘multi-problem’ problematiek.

Worden in het kader van woonoverlast ook de buren geïnformeerd over de problematiek waarmee de overlastbezorgers mee te maken hebben?

Brigitte: Ik spreek daar regelmatig over met de GGZ. Het grootste obstakel hierbij is de privacy van de huurders. Wij zijn met verschillende organisaties nog heel erg aan het zoeken in hoe je buren kunt instrueren. Zelf zie ik het als meerwaarde als buren weten dat de buurman bijvoorbeeld psychische problemen heeft en ze weten hoe ze moeten omgaan met de overlast gevende buurman en wie te benaderen als het even wat minder gaat met hem . Je maakt het op die manier ook laagdrempeliger voor de buren om situaties te melden en het voorkomt hopelijk verdere overlast.

krant Hebben jullie nog ideeën hoe we onze trainingen kunnen verbeteren?

Brigitte: Zelf vind ik, zoals gezegd, het regelmatig herhalen belangrijk, zodat het ook goed blijft hangen. Maar ik zie zeker ook iets in een follow-up enkele maanden na de training door middel van een kleine evaluatie en de mogelijkheid om opgedane ervaringen voor te leggen.

(OT&A: We bieden standaard intervisiebijeenkomsten en coaching on the job-trajecten aan na elke vaardigheidstraining. Bovenstaande suggestie naar een soort online follow-up wordt nu onderzocht).

Marloes: Ik krijg ook de vraag vanuit aannemers of ze niet een keer zoiets kunnen volgen. Die zijn tenslotte hele dagen bij de bewoners over de vloer. Ik merk dat vooral uitvoerders van aannemers aan zoiets echt behoefte hebben. Ze hebben zeker een rol te spelen, bijvoorbeeld in het kader van signalering en preventie. Maar de geboden kennis en vaardigheden geeft ze ook meer instrumenten als een bewoner bijvoorbeeld de toegang tot de woning weigert.

(OT&A: Vanzelfsprekend kunnen we onze trainingen ook afstemmen op de praktijk, wensen en eisen van aannemers.)

Sommige persoonlijke situaties zijn heftig en het is dan aan ons om tijdens een onderhoudsproject alles in goede banen te leiden. Het laatste project was zelf dusdanig complex, dat iemand van de GGZ ons heeft ondersteund. Zijn toegang tot de hulpverlening maakt dat we snel en effectief kunnen ingrijpen bij complexe gevallen.  Maar een onderhouds- of renovatieproject begint natuurlijk met een goede voorbereiding en dat betekent onder meer dat we bij iedereen op huisbezoek gaan. We komen dus overal binnen. Dan zie je genoeg.

Proberen jullie ook nieuwe bewoners met specifieke problematiek zo te huisvesten dat er geen concentraties ontstaan of dat bepaalde negatieve gevolgen vermeden kunnen worden?

Brigitte: Als corporatie hebben we enkel beperkt inzicht in de inkomensgegevens van nieuwe huurders. Overige informatie is door de privacywetgeving voor ons niet toegankelijk. Zo wordt het dus heel moeilijk om te voorkomen dat er een samenscholing komt van mogelijke overlastgevende huurders.

Marloes: Er is zelfs geen sprake van zogenaamd “informeel overleg” tussen de diverse partijen. Iedereen houdt zich keurig aan de privacywetgeving.

Wat gaat de toekomst corporaties brengen?

Brigitte: Wij gaat terug naar de traditionele taken van de corporatie zoals omschreven in onze missie: het leveren van een basisvoorziening in wonen voor mensen die daarvoor moeilijk ergens anders terecht kunnen.

De wereld is natuurlijk wel anders geworden. Dertig of veertig jaar gelden heeft iemand met zijn gezin een prachtige grote corporatiewoning betroken. Maar nu zijn de kinderen uit huis, is hij zelf hoogbejaard en zit hij nog steeds in dezelfde gezinswoning. In de toekomst zou ik graag zien dat we deze mensen naar een meer passende woning kunnen door laten stromen. Dan komt de woning weer vrij voor een gezin of een man of vrouw met kinderen. Helaas is de huurprijs die we moeten vragen voor zo’n woning inmiddels gestegen, waardoor gezinnen met een minimum inkomen als gevolg van het zogenaamde ‘passend toewijzen’ niet meer in aanmerking komen voor deze huurwoningen.

Het passend toewijzen is bedacht ter bescherming van kandidaat huurders. Het voorkomt wonen in een te duur huis en de kans op huurschuld met de daaruit voortvloeiende problematiek, zoals in het ergste geval een uithuiszetting op huurschuld. Een voordeel van het passend toewijzen is vanuit de overheid gezien minder uitgaven aan huurtoeslag en vanuit de coöperatie gezien minder huurbetalingsachterstanden. Een nadeel van het passend toewijzen dat ik heb zien voorbijkomen is dat een alleenstaande man met een hoger inkomen de grote gezinswoning gaat betrekken en een gezin met een minimum inkomen een kleinere woning.

Marloes: Van oudsher heb je een bepaalde woningvoorraad. Een deel daarvan zal onder de nieuwe regelgeving niet meer toegankelijk zijn voor mensen met een laag inkomen. Misschien dat door een decentralisatie van de huurtoeslag naar corporaties en/of gemeenten dit effect kan wordt bijgesteld. Hoe dan ook, we willen wel ons sociale gezicht blijven tonen.

 posterWerken jullie ook samen met de sociale teams in de gemeenten?

Brigitte: Inmiddels zijn er gebiedsteams operationeel. De gebiedsteams bestaan uit professionals van verschillende hulpverlenende organisaties. Vanuit Woongoed kunnen wij melding doen bij de gebiedsteams als het gaat om midden- en hoogproblematiek. Tevens kunnen wij bij de GGD een melding doen voor bemoeizorg als wij ons zorgen maken over de huurder en het ons niet lukt om in contact te komen met de huurder. Wij hebben de wens om bij bijvoorbeeld huurschulden zoveel mogelijk preventief te gaan werken. Bij een huurachterstand wordt er binnen een maand telefonisch contact opgenomen met de huurder om de situatie te bespreken en oplossingen te zoeken. We gaan dus niet wachten tot de huurachterstanden zo groot worden dat er problematische schulden ontstaan.


 

Kijk voor meer informatie over Langhenkel Sociaal Domein Wonen op www.langhenkel.nl/wonen

Delen!