Algemeen
Bij de overheid, maar ook bij bijvoorbeeld woningcorporaties bestaat meer en meer behoefte aan juridische medewerkers die niet specialistisch zijn geschoold, maar breed inzetbaar zijn op de het terrein van het Omgevingsrecht. Met de invoering van de Wabo is de behoefte aan integraal geschoolde medewerkers die over de grenzen van beleidsvelden heen kunnen kijken, alleen nog maar toegenomen. Kennis van de diverse beleidsvelden en inzicht in de onderlinge samenhang is in toenemende mate nodig om de daarbij behorende werkzaamheden te kunnen uitvoeren of begeleiden. In dit kader verzorgt Langhenkel Opleiding Training & Advies de Opleiding tot juridisch beleidsmedewerker Omgevingsrecht. Na deze opleiding hebben de deelnemers een gedegen basiskennis en kunnen zij bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in het kader van beleidsadvisering en ruimtelijke procedures. Daarnaast kunnen zij werkzaamheden verrichten op het vlak van vergunningverlening, handhaving, afwikkeling van schadeclaims, bezwaar- en beroepsprocedures en bijvoorbeeld juridische ondersteuning en advisering in het kader van planontwikkeling.
Doel
De opleiding is zodanig opgezet dat de deelnemers na afloop van de opleiding kennis hebben van het beleidsveld en inzicht hebben in de problemen op het snijvlak van het ruimtelijke ordening, vergunningverlening, handhaving en milieu. De deelnemers zullen daarbij ook kennis en inzicht verwerven omtrent:
- het functioneren van overheden;
- de bestuurlijke en politieke verhoudingen;
- de relevante wet- en regelgeving;
- het beleid inzake ruimtelijke ordening en milieubeheer;
- de procedures in het kader van besluitvorming, handhaving en rechtsbescherming.
Door de wijze van presentatie van de lesstof in combinatie met de uit te werken opdrachten, zullen de deelnemers de verworven kennis en vaardigheden snel in de praktijk kunnen toepassen.
Doelgroep
De opleiding is bestemd voor mensen die nog niet over het kennisniveau beschikken dat voor een adequate uitvoering van de taken op het terrein van het Omgevingsrecht nodig is. Daarnaast is de opleiding tevens bestemd voor geïnteresseerden die hun kennis op deelterreinen willen verbreden. In dat kader is het mogelijk om losse modules van het programma te volgen. Wij informeren u graag over de mogelijkheden.
De opleiding is enerzijds bedoeld voor deelnemers die aansluitend een dienstverband krijgen bij De Langhenkel Groep. Daarvoor moet men onze sollicitatieprocedure doorlopen en na de opleiding volgen deze personen een stage. Daarnaast staat de opleiding open voor deelnemers die geen dienstverband aangaan met De Langhenkel Groep. Deze deelnemers kunnen zich gewoon aanmelden voor deze opleiding.
Duur
De opleiding bestaat uit een theoretisch gedeelte van vier weken (voltijds dagopleiding). Vervolgens zijn de deelnemers die aansluitend een dienstverband krijgen bij De Langhenkel Groep een week werkzaam bij de fictieve ‘Gemeente Langhenkel', waarna zij zes tot acht weken op stage gaan. Bij gebleken geschiktheid treedt deze deelnemer na het opleidingstraject in dienst.
Deelnemers aan de opleiding die niet via een dienstverband bij De Langhenkel Groep gaan werken, volgen in ieder geval het theoretische gedeelte van vier weken. Wij adviseren om daarnaast eveneens deel te nemen aan de praktijkweek bij de ‘Gemeente Langhenkel'. De meerkosten voor deelname aan deze praktijkweek zijn € 1.250,-. Desgewenst kunnen wij bemiddelen bij het vinden van een stageplek. Als u hier interesse in hebt, dan maken wij graag een offerte voor u.
De opbouw
Het theoriegedeelte van de opleiding is modulair opgebouwd. De te behandelen theorie wordt afgewisseld met praktijkvoorbeelden en opdrachten in de les. Tijdens de opleiding worden de deelnemers zo veel mogelijk individueel begeleid. Wanneer zowel het theoretische gedeelte als het praktijkgedeelte van de opleiding met een voldoende resultaat wordt afgerond, ontvangt men een certificaat. Ook bestaat de mogelijkheid om deelcertificaten te verkrijgen.
Module 1: Inleiding Nederlands recht (1 dag)
Beleidsvorming, beleidsvaststelling, implementatie, toezicht en handhaving op het gebied van het Omgevingsrecht kennen vele juridische en bestuurlijke aspecten. Daarom wordt in deze module nadrukkelijk stilgestaan bij de hoofdlijnen van het Nederlands rechtstelsel en bij de organisatie van de diverse overheden en hun onderlinge verhoudingen. Daarbij komen zaken aan de orde als de hiërarchie in wet- en regelgeving, het belang van jurisprudentie, de hiërarchie in bestuur, autonomie, medebewind en het toezicht van ‘hogere' op ‘lagere' overheden.
Module 2: Inleiding Algemene wet bestuursrecht (1 dag)
In dit onderdeel wordt specifiek aandacht besteed aan de Algemene wet bestuursrecht. In deze wet is geregeld hoe om te gaan met allerlei bestuursrechtelijke aangelegenheden als vergunningsaanvragen, beschikkingen en bezwaar en beroep. Veel procedures uit het ruimtelijk bestuursrecht en milieurecht zijn opgehangen aan de Awb.
Module 3: Ruimtelijke ordening (2 dagen)
Deze module staat in het teken van de Wet ruimtelijke ordening die in al haar facetten zal worden behandeld. Eerst geeft de docent een korte historische schets van het ruimtelijk denken en de ruimtelijke planning meer in het algemeen in Nederland. Daarna worden onder andere de planologische processen bij de rijksoverheid en bij de lagere overheden besproken, de daarbij te volgen procedures en de plannen die dat oplevert (zoals structuurvisie, bestemmingsplan). De mogelijkheden om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan door afwijking, wijziging of uitwerking van plannen zal ook aan de orde komen. Ook wordt stilgestaan bij de voor- en nadelen van een projectafwijkingsbesluit. Nadrukkelijk komt de onderlinge samenhang tussen de betrokken overheden en de verschillende plannen aan de orde. Voorts wordt aandacht besteed aan het ruimtelijk beleid en alles wat bij de voorbereiding, vaststelling en implementatie daarvan komt kijken. In dit kader passeren onder andere de voorbereidings- en inspraakprocedures de revue.
Module 4: Milieu (2 dagen)
Sinds begin jaren tachtig staat ‘het milieu' hoog op de politieke en publieke agenda. In de opleiding wordt uitgebreid aandacht besteed aan dit beleidsterrein, daar ook regelmatig blijkt dat planologische processen en overwegingen van ‘milieutechnische' aard nauw met elkaar verweven zijn en elkaar sterk beïnvloeden. Er wordt in deze module nader ingegaan op het milieubeleid en op de bestaande beleidsinstrumenten. Uiteraard wordt de relevante wet- en regelgeving besproken zoals de Wet milieubeheer (Wm), de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO), de Wet bodembescherming (Wbb) en de Wet geluidhinder (Wgh). Verder is er aandacht voor milieuaspecten die de laatste jaren nadrukkelijk een plaats in de beleidsadvisering hebben verworven, zoals luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook gerelateerde onderwerpen zoals de verplichte waterparagraaf in bestemmingsplannen en de aandacht voor archeologie worden behandeld.
Overlapping module 3 en 4 Ruimtelijke ordening en Milieu (1 dag)
In dit onderdeel leggen de docenten de koppeling tussen de onderwerpen uit modules 3 en 4. Hierbij worden alle aspecten van bestemmingsplannen besproken, zowel op het gebied van milieu als op het gebied van ruimtelijke ordening.
Module 5: Bouwen en wonen (1 dag)
In deze module gaat de aandacht uit naar technische en kwalitatieve eisen rond bouwen. Ingegaan wordt op de Woningwet, het Bouwbesluit en op bouwverordeningen. Ook is er aandacht voor het uiterlijk van bouwwerken en de eisen die daaraan gesteld kunnen worden vanuit welstandsoogpunt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het huidige woonbeleid.
Module 6: De omgevingsvergunning (3 dagen)
De invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2010 heeft geleid tot een forse verandering in de werkwijze van vergunningverlening bij gemeenten en andere overheden. In deze module wordt het wettelijke kader rond de omgevingsvergunning uiteengezet waarbij ruime aandacht wordt besteed aan de bij de wet behorende AMvB en ministeriële regeling (Bor en Mor). Ingegaan wordt op het toetsingskader van de vergunning en de verschillende procedures die doorlopen moeten worden voor overgegaan kan worden tot vergunningverlening.
Module 7: Grondbeleid (1 dag)
Deze module gaat over de rol en werkzaamheden van de gemeentelijke afdeling grondzaken of het gemeentelijk grondbedrijf. Ingegaan wordt op de rol van het grondbedrijf binnen een gemeentelijke organisatie, het grondbeleid, de Grondexploitatiewet, Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en publiek private samenwerking (PPS).
Module 8: Verdieping Awb: Handhaving, rechtsbescherming en overheidsaansprakelijkheid (2 dagen)
Ten aanzien van de regels die zijn gesteld en de vergunningen die zijn afgegeven dient toezicht te worden gehouden op de naleving hiervan. Tijdens deze module worden de mogelijkheden die de Awb daartoe geeft uitgebreid besproken. Vervolgens wordt ingegaan op de handhavingsmiddelen en de mogelijkheden om die, indien nodig, aan te wenden (denk aan bestuursdwang en de bestuurlijke boete). De burger heeft echter ook de nodige middelen tot zijn beschikking om zijn mening kenbaar te maken (denk aan de verplichte inspraakprocedures) en zich te weren tegen overheden (door middel van bezwaar- en beroepsprocedures). In dat kader wordt ook de overheidsaansprakelijkheid toegelicht: de overheid kan en mag niet zomaar alles ten koste van de burger doen dan wel laten. In het kader van het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming vormt de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de basis. Daarnaast zijn er echter ook bepalingen in bijzondere wetgeving opgenomen. Zowel de Awb als de bijzondere wetgeving worden op deze onderdelen nader toegelicht.
Module 9: Mediation (1 dag)
Burgers willen door hun overheid niet als nummer behandeld worden. Ervaringen in het land wijzen uit dat een burger zich serieuzer behandeld voelt als de overheid uit haar spreekwoordelijke "schulp" kruipt, de burger direct benadert en deze als gesprekspartner (in zijn belangen) ook erkent. Een eenvoudig telefoontje is hiervoor meestal voldoende. Het direct benaderen van burgers heeft, zo blijkt uit ervaringen van diverse bestuursorganen, als bijkomend voordeel dat daardoor het aantal bezwaarschriften drastisch vermindert. Ook zorgt het voor een grotere klanttevredenheid en een (verdere) verbetering van het imago van de overheid. Eerst zal echter "de drempel" moeten worden overwonnen om het gesprek met de burger aan te gaan. Om deze (telefoon)gesprekken optimaal te kunnen voeren, dient iedere functionaris bij de overheid te kunnen beschikken over een aantal vaardigheden, die zijn gestoeld op mediation. Mediation is geen theoretisch model of een proces, maar een concrete vaardigheid. Mediationvaardigheden zijn in de kern communicatieve vaardigheden zoals luisteren, samenvatten en doorvragen vanuit een open houding. Tijdens deze module behandelt de docent de basisprincipes van conflicthantering en onderhandelingstheorieën aan de hand van theorie en praktijkvoorbeelden.
Module 10: Rapporteren, beschikken en het opstellen van adviesnota's (1 dag)
Veel werk zal in de praktijk bestaan uit het opstellen van adviezen voor bijvoorbeeld burgemeester en wethouders. In deze module wordt ingegaan op de manier waarop effectief kan worden gerapporteerd. Duidelijk, overzichtelijk en overtuigend.
Excursie: de praktijk (1 dag)
Gedurende de gehele opleiding is er naast de theorie veel aandacht besteed voor casuïstiek. De deelnemers krijgen echter met name een goed beeld van de invloed van het beleid en de uitvoering inzake ruimtelijke ordening en milieu door letterlijk ‘het veld' in te gaan. Veelal brengen de deelnemers op deze dag een bezoek aan de Raad van State. Door het bijwonen van enkele zittingen blijkt hoe de verschillende beleidsterreinen elkaar beïnvloeden.
Toets (0,5 dag)
De deelnemers sluiten de opleiding af met een toets. Bij het succesvol afronden van de opleiding ontvangen zij een certificaat.
Module 11 (optioneel): Praktijkweek bij de Gemeente Langhenkel (5 dagen)
In dit onderdeel van de opleiding zijn de cursisten een week werkzaam bij de afdeling ruimtelijke ordening van de fictieve ‘Gemeente Langhenkel'. In deze gesimuleerde werkomgeving wordt het werken bij een gemeente op een zo realistisch mogelijke wijze benaderd. De cursisten behandelen diverse bouwaanvragen en stellen de daarbij behorende adviesnota's, collegebesluiten en beschikkingen op. Daarnaast worden de cursisten geconfronteerd met vragen van bewoners van de gemeente, andere afdelingen en het bestuur. De casussen gaan over allerlei ruimtelijke vraagstukken maar bijvoorbeeld ook over onderwerpen als het afhandelen van planschadeclaims en handhavingstrajecten. Zo leren ze hoe in de praktijk een oordeel gevormd wordt over de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen en hoe daar in de praktijk verder aan wordt gewerkt. Hun werk wordt getoetst door een docent/toetser die de hele week aanwezig is en tevens zoveel mogelijk persoonlijke begeleiding geeft. Daarnaast krijgt iedere deelnemer te maken met diverse onverwachte situaties, zoals verschillende telefoontjes van klanten. Dit alles om de deelnemers zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken in de praktijk.
Materiaal
Het materiaal bestaat uit verschillende handboeken en cursusmappen.
Gratis toegang tot onze helpdesk
Al onze cursisten krijgen de mogelijkheid om na afloop van een opleiding, cursus of training gedurende minimaal twee maanden kosteloos een beroep te doen op het expertisecentrum van De Langhenkel Groep.